Dit sprookje verdient een introductie omdat ik trots ben. Enerzijds ben ik trots op het verloop van dit coachtraject en de creatieve en persoonlijke wijze waarop wij mooie resultaten hebben geboekt. Anderzijds omdat Marlies mooi kan schrijven. En dat mag de wereld weten.

De situatie.

Marlies en ik hebben een drietal maanden geleden afgesproken om samen haar persoonlijke reis naar authenticiteit te starten. En in de laatste fase hebben we een spannende nieuwe stap genomen.

Het doel.

Het doel is duidelijk: Een authentieker leven. Maar de weg er naar toe is voor iedereen anders. Om deze persoonlijk reis zo effectief en efficiënt mogelijk te bewandelen, maak ik graag gebruik van de passies en talenten van mijn toeverlaatjes (coachée). Neem nu Marlies. Marlies heeft enorm talent voor het schrijven van verhalen en ze kijkt elke Disney film ever made. Twice!

De uitdaging.

Uit eerdere sessies waren er een aantal talenten, valkuilen, angsten, verlangens en waarden van Marlies naar boven gekomen. Deze termen blijven ongrijpbaar als je niet beschrijft wat deze waarden voor jou betekenen. Dus de uitdaging van Marlies was een persoonlijke lading geven aan deze termen, zodat deze grijpbaar worden. Om hier meer zicht op te krijgen hebben we haar talent en passie ingezet

De opdracht.

Schrijf een sprookje met jezelf in de hoofdrol waarin jouw waarden tot uiting komen. En, een sprookje is pas een sprookje als je warempel een beer op de weg tegenkomt. Een metaforische beer uiteraard.

Het resultaat.De Magische Schoentjes

Er was eens… in een land hier niet heel ver vandaan een molenaarsdochter. En hoewel ze de gebruikelijke hoofdpersoon in nood zou worden, week ze toch een tikje af van de gemiddelde bewoonsters van het sprookjesbos. Niet opgesloten in een torenkamer, geen vloek die haar betoverde en haar moeder nog altijd springlevend. Ze woonde dan wel niet in een paleis, maar bezat een kast vol mooie spulletjes en had als schrijfster/molenaarster een financiële zekerheid die niet vanzelfsprekend was in dit land hier niet zo ver vandaan. Toch. Toch was de molenaarsdochter niet gelukkig. Er knaagde iets aan haar. Het uitzicht vanachter haar raam.

Vanuit dat raam zag ze de mooiste velden, landen, steden. Ze hoorde verhalen over de inwoners die waarachtige levens leefden. Dagelijks banketten, oneindige avonturen en onwerkelijke reizen naar bijzondere bestemmingen. En daar zat ze. Tussen zakken meel en halmen graan. Te wachten. Tot het leven haar meenam. Op weg naar de stipjes aan de horizon.

Keer op keer had ze op het punt gestaan om op avontuur te gaan. Nieuwe mensen te ontmoeten, de allermooiste dingen te zien, en heel misschien een vermelding in sprookjesboeken te verdienen. Dat moest zonder petemoei en spinnewiel toch ook mogelijk zijn. Juist dan. Maar tijdens elke reis richting haar voordeur had ze haar vader halverwege ‘t huis getroffen. Zijn wenkbrauwen schoten centimeters de lucht in bij het horen van haar missie. Daar naartoe? Had ze daar wel over nagedacht? Helemaal alleen? Hoe zou ze dat gaan doen dan? Hier was ‘t toch ook goed genoeg? Keer op keer was de molenaarsdochter omgedraaid met geknakte moed. Terug naar haar zolderkamer. Terug naar uitzicht boven in het huis.

Tot op die ene dag. Ze pakte haar tas, haar schrijfblokje en vertrok. Met haar trouwe grijze kater in haar kielzog – geen sprookje zonder harige handlanger. En zo ging ze op weg naar de landen hier ver vandaan. Het pad wees de weg en soms een enkele wegwijzer. Langs velden, bossen en weides die ze nooit van dichtbij zag. De molenaarsdochter stapte driftig door. Met af en toe een huppeltje voor de afwisseling. Het was gebeurd. Ze was op avontuur. Naar… waar dan ook.

Tot een kruispunt opdoemde achter de volgende groene heuvel. De energieke pas van de zwarte schoentjes van de molenaarsdochter vertraagde. Wat was in hemelsnaam de route naar haar plaats van bestemming.
‘Als ik jou was zou ik linksaf slaan’, klonk een vrolijke stem achter haar. Ze draaide abrupt om. De grijze kater schoot schichtig weg achter haar kuiten. Een boerenjongen leunde tegen een van de bomen langs het pad. ‘Je wil naar de stad, niet? Links dwaal je langs de kliffen en meren. Dat wil je echt niet missen.’ De molenaarsdochter keek hem schuchter aan. En als er kuiten waren waar zij zich achter had kunnen verstoppen dan had ze het zeker gedaan. Nieuwsgierigheid won het. ‘Maar rechts dan?’ vroeg ze weifelend aan de vrolijke vreemdeling.
‘Rechts leidt je direct naar het dorp.’ Een uitdagende grijns verscheen op zijn gezicht. ‘Het is aan jou.’

Even bleef ze licht beduusd staan en verplaatste haar gewicht van de ene naar de andere voet. Linksaf waren de mooiste uitzichten. Rechtsaf het pad direct het dorp in. Wat moest ze doen? Resoluut koos ze een kant. Rechts. Direct naar wat ze wilde zien. Maar ze had slechts vier passen nodig voor de twijfel toesloeg. Maar dan miste ze alle mooiste plekken. Ze keerde om. Terug het pad op richting de bergen. Maar na vier stappen vertraagde haar tred opnieuw. Ze wilde toch snel naar de banketten?

‘Zo kom je niet heel ver, he?’, spotte de boerenjongen.
Vinnig draaide de molenaarsdochter om en om en om en om. Om zich na enkele minuten zuchtend op een steen te laten zakken. Haar kat kroop knorrig aan haar voeten. Dankbaar dat de waanzin over was. En daar zat ze minuten lang. De boerenjongen had zich aan de voet van de boom laten zakken. Hij bekeek grijzend het tafereel terwijl hij met een strohalm speelde. In de verte rammelde een koets hun kant op. Hij hield vlak voor het kruispunt halt. ‘Goedemiddag, mejuffrouw! Wij zijn op zoek naar de schone dame die dit glazen muiltje past. De mooiste van het land volgens de prins.’ Verkondigde de koetsier. ‘Heeft u misschien informatie over haar verblijfplaats?’

Naar weten van de molenaarsdochter was de jonge Sneeuwwitje nog altijd de persoon die die titel droeg, het leek haar echter niet slim om met adel in discussie te gaan. De tweede persoon die wel aan die beschrijving kon voldoen was het meisje dat samen met haar stiefmoeder en stiefzusjes in het landhuis naast de molen woonde. ‘Heeft u dat huis al geprobeerd?’
De koetsier wachtte geen seconden en ratelde met de koets richting het pand bij de molen. En de molenaarsdochter bleef achter op haar steen. Terwijl opnieuw een karakter aan de horizon verscheen.

En zo wist ze in een middag Roodkapje de mooiste bloemen voor haar oma te wijzen, naaide ze wat kleren voor een naakte keizer, hielp ze een overmoedige kat zijn laarzen te poetsen en pakte ze de fluit af van een of andere rare kinderlokker. Maar ze verzette geen stap.

‘Weet jij wat je nodig hebt?’ riep de boerenjongen plots, terwijl hij enthousiast op sprong. ‘De magische muiltjes van tovenaar Lou Boutin! Die leiden je altijd naar de juiste weg! Ik heb gehoord dat ze aan het eind van het pad te vinden zijn.’ WAT?! De molenaarsdochter sprong op. En volgde zonder na te denken het pad over de bergen. Ze doorkruiste een dicht bos. Dwaalde langs een donker meer. Trotseerde vervaarlijke rotspartijen. Verwonderd liet ze de omgeving aan haar voorbij gaan. Zonder een seconde te aarzelen. Tot ze aan het eind van het pad was. In het dorp.

En daar stond hij. Verdorie. Diezelfde boerenjongen. Tegen de bakkerij bij de stadspoort. De etalage lag vol met de mooiste taartje en broden die ze ooit gezien had.
‘Was het mooi?’ Riep hij haar toe. ‘Wat doe jij hier?!’ zei ze verontwaardigd.

‘Ik liep het korte pad. Het pad dat jij niet koos.’
Ze keek hem bedremmeld aan. Ze koos. Ze had zelf gekozen door op haar eigen intuïtie te vertrouwen. En het gewoon te doen. ‘Maar die magische muiltjes dan?’ De boerenjongen rolde gniffelend ‘t strohalmpje tussen zijn vingers. ‘Die magische schoentjes bestaan helemaal niet. Je moet niet alle sprookjes geloven.’

Gegroet,

Molenaarsdochter

Wie is Teun & Toeverlaat?

Als coach en als mens probeer ik om bij mezelf en bij anderen pure authenticiteit te bereiken. Met beide benen op de grond werk ik naar een doel. Dit doe ik met veel aandacht en openheid. Vanuit vertrouwen en met een oordeelvrije blik.

De onderwerpen waar ik over schrijf heeft één gemene deler: ‘Authenticiteit’. Ik probeer de lezer na te laten denken over wie ze zijn en hoe ze zich verhouden ten opzichten van de maatschappij. Met als doel met elkaar in gesprek te gaan zodat we onszelf en de maatschappij beter te leren kennen.